woensdag 3 maart 2010

Bloem-staf oefening

De Bloem-staf (EL blz.65 ev.)

















Het doel van de bloem-staf oefening

Er waren verschillende uitgangspunten voor deze oefening:
1. Het is een soort Mercuriusstaf. Dr. Enst Lehrs noemde dit een beeld van een etherische ruggengraat.
2. Het is een lemniscaat of een "8". Dat is het beeld van het astraallichaam dat indaalt in het fysieke lichaam.
3. De oefening ontstond in de praktijk, op basis van ideeën van de antroposofie. Ik wilde eerst gewoon dat de kinderen een mooie lemniscaat tekenden (een "acht" die je mooi maakt).
4. De Bloem-staf is ook een imaginatie van hoe dat de stromingen van etherlichaam en astraallichaam werken in de linker en de rechter lichaamshelft van de mens, boven en beneden de taille.
5. Het is ook het beeld van de beweging van de zenuwbanen van de ogen naar de visuele cortex in hersenen (de occipitale cortex) en een beeld van hoe de etherstromen vroeger werkten in de opbouw van de hersenen. De hersenen en zenuwen zijn immers gemetamorfoseerd licht.

Enkele aanvullingen op de beschrijving van de Bloem-staf in "De Extra Les”.
Praktische uitvoering: Het papier is A4 en ligt vertikaal. De leraar / lerares zet de kruisjes boven en onder waartussen het kind de verticale lijn tekenen moet (dit is in feite een IK lijn.)
De lerares zit naast het kind (links of rechts), of erachter, zodat het kind de vormtekening ervaart vanuit zijn eigen positie. Ik (A.Mc.A.) heb het gevoel dat de oefening het niet hetzelfde bewerkstelligt wanneer het op het schoolbord wordt gedaan of aan de tafel op papier. Het laatste heeft mij voorkeur (Joep Eikenboom).


Waar ik met de Heilpedagogische kinderen werkte, was het voor ieder individueel kind weer even zoeken naar de juiste positie voor kind en begeleider. Het vroeg verder om een langere aanloop en veel herhaling en zoeken naar de juiste positie. Wij begonnen op het tekenbord, bij een latere gelegenheid een vel papier tegen den tekenbord plaatsen. Er werd eerst geoefend met arm en handbewegingen zonder pen. De begeleider stuurt de handen van het kind. Dit wordt een aantal lessen lang steeds herhaald. Wanneer het zover ijsde oefening nu met krijt doen, indien het lukt. Het vraagt om veel tijd en geduld, maar het loont om door te gaan. Na een aantal weken waren wij zover om aan tafel te werken. Na twee maanden waren sommige kinderen in staat om bij het loslaten van de handen, de bewegingen zelfstandig uit te voeren. Eerst houdt de lerares haar handen boven de handen van het kind. De handen van het kind als het ware met onzichtbare touwtjes steeds blijven sturen en begeleiden. Met het kind mee bewegen, zowel innerlijk als uiterlijk! Vanzelfsprekend is het ook niet voor ieder kind mogelijk om zover te komen. Maar de oefening heeft nochtans een positieve werking omdat het kind innerlijk met de beweging leert meedoen. Hij of zij beleeft het mee en het is een werkelijke ervaring geworden, ook al is het niet hoe wij het met kinderen zonder een ontwikkelings achterstand doen. Het wordt “ingeprent”

N.C.



De bloem-staf: convexe/concave spiegeling (vanaf 8 jaar)

Vraag het kind om uit een reeks kleuren twee staafkrijtjes (of kleurpotlo­dcn) te kiezen en een ervan aan jou te geven. Ga naast het kind zitten, links naast een rechtshandig kind en rechts naast een linkshandige leer­ling:
Vraag het kind een verticale lijn te trekken door het midden van een A4-tje dat in de lengterichtingvoor hem is neergelegd. Help het kind indien nodig door twee punten aan te geven, een op 4-5 cm vanaf de bovenkant van het blaadje, en de andere aan de onderkant ervan; het kind verbindt de twee punten met een rechte lijn.
Teken vervolgens een helft van een evenwichtige verticale lemniscaal. Begin bij de bovenste punt en ga eerst naar links. Kruis de verticale, lijn op de heft en teken verder aan de rechterkant (zie afb).
Vraag het kind dezelfde vorm aan de andere kant van de lijn te tekenen en de oorspronkelijke vorm te spiegelen. Het zal waarschijnlijk nodig zijn dat de begeleider de vorm aanduidt door een stippellijn. Zeg dat het een bloem en een bol zijn.



Nu komt de zon op en er ontplooit zich een blaadje; teken van boven af naar links toe bewegend en weg van de gesloten vorm een halve lemniscaat met open bovenkant.
Het kind spiegelt dit weer.
Herhaal dit nog een keer.
Neem een nieuw blaadje en herhaal de hele vorm nog een keer ; begin nu bovenaan rechts en vraag het kind aan de andere kant te spiegelen.
Vraag het kind ten slotte om de hele vorm inclusief de verticale uit zijn herinnering op een derde blaadje te tekenen.

Extra Lesson, Audrey McAllen
(Uiteraard met onze kinderen pas na vele weken hieraan te hebben gewerkt. De oefening zal verder stapsgewijs iedere week moet worden opgebouwd. - N)

Er zijn drie plaatsen om op te letten bij de diagnose: boven midden onder: Een kind dat doorgaat op de plaats waar de lerares gestopt is en dus voort tekent van beneden naar boven.
Interpretatie: de bewegingimpuls gegeven aan en opgepakt door het astraallichaam gaat door, blijft doorstromen. Het Ik heeft er geen greep op en kan het niet stoppen. Het kind beleeft geen verschil tussen links en rechts.

Een kind dat de bloem boven sluit, zelfs nadat men gezegd heeft "en nu laten we ze open".
Interpretatie: dit is een soort doofheid.
Opmerking: Door deze diagnostische tekening als oefening te doen kan men een bepaalde heilzame ontwikkeling tot stand brengen. Dan is het daarna niet meer als diagnostisch middel te gebruiken. Zelfs bij de eerste keer, tijdens `de eerste les` kan dit effect al optreden en kan de tweede tekening van de drie beter zijn dan de eerste.

"Gaten in het onderste deel".
Interpretatie: in het onderbewustzijn kunnen de stromingen vanuit de zintuigen niet samenkomen. De visuele zintuigindrukken worden moeilijk afgedrukt in het geheugen dat is in het stofwisselingsgebied van de ledematen, auditieve zintuigindrukken kunnen maar moeizaam worden afgedrukt in het geheugen, dat is in het stofwisselingsgebied van het hoofd.
Opmerking: men moet deze dingen in hun geheel interpreteren, leren lezen, en bijvoorbeeld vergelijken met andere kinderen. Dan valt op dat er bepaalde dingen steeds terug komen. Deze haakvormige onder uiteinden vindt men bij kinderen met karakterproblemen ("maladjusted children"). Ahriman in Rudolf Steiner beeldengroep de 'Mensheidsrepresentant" in het Goetheanum heeft zijn handen op deze manier. Het duidt op een verharding in het etherische. - Een kant is langer dan de andere Dit is ook weer een fysiek probleem: het ene been is langer dan het andere, de heup staat scheet, bijvoorbeeld als gevolg van een val, de ruggengraat heeft een afwijking enz.
Algemene opmerking tussendoor: elk onderzoek van ´De Eerste Les´ (de “assessment”) kan ook als oefening gebruikt worden, behalve de "Kruistekening" blz. 44’ en de "Oog kleurvoorkeur" (Blauwe Maan; Rode Zon blz.69)

Gaat het kind bij deze vormtekenoefening kleine rollende oogbewegingen maken, dan is er meestal sprake van problemen in het vestibulaire systeem (evenwicht), Het kind heeft evenwichtsoefeningen nodig en -vergeet die niet en sla dit niet over- oefeningen op de grond, zoals de ‘Dierentuin’
(= Ontwikkelingoefeningen, EL blz.128).

TER OVERWEGING
Let op hoe de houding van het kind beïnvloed wordt door het trekken van­ lijnen. Leunt het naar achteren en gaat het met zijn hoofd mee naar beneden terwijl het de lijnen van boven naar beneden trekt? Trekt het allebei zijn schouders op? Heeft het hoofd de neiging om mee te doen met de beweging van de tekenhand? Deze posturale bewegingen zijn tekenen van spanning en kunnen te maken hebben met subtiele structurele blokkades of met een nog niet voltooide integratie van de vroege bewegingspatronen en/of met zwakke oogspieren.
Deze oefening, lemniscaten op een rechte lijn, laat zien of het kind in staat is om innerlijk ruimtelijke visualisaties te maken, van de driedimensionale naar de tweedimensionale ruimte te gaan en weer terug. Deze oefening kan als onderzoek en als remediërende oefening gebruikt worden. Soms gebeurt het dat een kind dat deze vorm goed kan spiegelen gedurende een bepaalde periode een terugslag heeft. In deze mooie vorm kun Je zien of het kind naar binnen kan bewegen van de convexe naar de concave' spiegeling (zie hoofdstuk 2) en of het bereid is om te ontvangen (de lijn open zich aan de bovenkant). Ze heeft ook archetypische bijbetekenissen voor de ziel van het kind *

*De oervormen


Geometrie en mathematica zijn door de historische ontwikkeling heen opvoeders van de menselijke intelligentie geweest. Ze maken de mens wakker voor zijn unieke plaats in de schepping. Het Vermogen om de vormen zowel visueel als innerlijk te begrijpen, heeft geleid tot de staties van voorbije beschavingen en tot de ontwikkeling van het de moderne bewustzijn. In de vorm van een spiraal bijvoorbeeld, zijn alle ruimtetrekrichtingen in een beweging samengevat -links/rechts, boven/ beneden, binnen/buiten, voor/achter. Het is eenvoudig om een spiraal van buiten naar het centrum te tekenen. Als je dezelfde spiraal van binnen naar buiten wilt tekenen, moet je zorgvuldig opletten welke kant je op moet gaan. Als je niet oplet of rechts of links begint en naar boven gaat als naar beneden zou moeten gaan, kom je uit bij een spiraal die in de tegenovergestelde richting getekend is, net als in een spiegel. Deze prach­tige beweging van de spiraal is overal in de natuur te vinden en in de hedendaagse wereld ook in menig huishoudapparaat.
bassale geometrische vormen die de mensheid vergezeld hebben worden door herontdekt en op nieuwe manieren toegepast, van de verhouding 2:3 van het vlak ten opzichte van de inhoud die geleid heeft tot 'ijzeren' schepen, tot de praktische toepassing van het parallellogram in het apparaat waar het keukenpapier omheen is gewonden. Deze geometrische vormen verheffen het menselijke denken tot de wereld van de eeuwige waarheden en maken hem tegelijkertijd tot meester van de aarde.
Als het kind deze vormen tegenkomt, beleeft het hun archetypische kwa­liteiten. Ze verbinden hem met zijn verleden en brengt hem in relatie met het ware en het schone. Het werken met deze vormen - tekenend, schilderend en in de beweging - doet een beroep op de innerlijke intelligentie die in elke mens verborgen ligt.
Therapeutisch hulp bij het opvoeden heeft als taak het individu te helpen om zijn eigen identiteit te verwezenlijken los van de erfelijkheid die hij heeft meegekregen en de omgevingsfactoren waarin het leven hem heeft neergezeyt. Dan zal hij het vermogen bewaren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen