vrijdag 18 september 2009

Ruimtelijke dynamiek, lateralisatie

Bewegingsdynamiek, klank en spraak

Beginspreuk (gezamenlijk)
Standvastig paats ik mij in het leven.
Zeker ga ik mijn levensweg.
Liefde koester ik in mijn wezenskern,
Hoop leg ik in mijn handelen.
Vertrouwen heb ik in mijn denken.
Deze vijf leiden mij naar mijn doel,
Deze vijf begeleiden mij.

1x stilstaand zeggen; 1x alleen met bewegingen, geen woorden.

Bewegingen
Eerste regel: voeten stevig bij elkaar, armen voor de borst kruizen.Tweede regel: linkervoet zijdelings naar buiten bewegen.Derde regel: linkerarm naar zijkant strekken.Vierde regel: rechter voetzijdelings naar buiten.Vijfde regel: rechterarm strekken.Zesde regel: beide handen op de voorhoofd leggen.
Zevende regel: beide armen naar voren strekken, parralel van boven de hoofd laten zakken tot
midden voor.
Achtste regel: Beginpositie.
Dezelfde spreuk wordt nu individueel met de leidster/leerkracht in een vijfster gelopen.

Standvastig plaats ik mij in het leven. Stilstaand, armen voor zich kruizen.Zeker ga ik mijn levensweg. Lopend, armen meebewegen in loopactiviteit.
Liefde koester ik in mijn wezenskern, Lopen,linkerarm naar voren strekkend.Hoop leg ik in mijn handelen. Lopen, rechterarm naar voren strekkend.
Vertrouwen heb ik in mijn denken. Lopend, beide handen op voorhoofd.
Deze vijf leiden mij naar mijn doel, Lopend, beide armen voor zich strekkend op hoogte van middengebied.Deze vijf begeleiden mij. Beginpositie.

2. Koperstaaf oefening

De staaf met beiden handen voor zich houden, vertikaal. Eerst kleine golvende bewegingen, langzamerhand steeds hoger & dieper wordend.

Omhoog, omlaag,
Omhoog, omlaag
Zwellen de golven
Spetter, spatter.

Koperstaaf boven hoofd houden met beide handen. Staaf  heen en weer bewegen, voor - achter; door het lokaal bewegen naar voren, naar achteren. Eerst de eerste beweging, dus stilstaand, heel goed eigen laten worden, alvorens de tweede, naar voren lopende deel daarbij in te voegen. Het kan zijn dat dat helemaal niet lukt; dan de oefening gewoon in twee aparte delen laten doen. Blijf het wel geïntegreerd voordoen, het is heerlijk om te zien hoe het later toch wel lukt, in vele gevallen!

Heen en weer,
heen en weer,
Vaart de schip
Over de zee.

3. KRINGSPEL VAN DE WINDEN
(De kring beweegt zich in de rondte.)

"Wij winden - wij winden
zijn hemeise vrinden.
Wij waaien - wij zwaaien
de wereid rond
Wij winden zijn vrinden,
de zwoele - de koele.
Zo komen wij aangesneid.
Maar niet als daar losbreekt,
een tomeloos stormgeweld !"

(Nu komt de Noordenwind in de kring en
gaat rond)
Sterk:
De Noordenwind is guur en koud.
Een nare brompot bars en oud.
Als hij zo echt zijn zin doordrijft,
wordt alles door de schrik verstijft.
Hij striemt, hij geselt in zijn woede.
En vol met hagel zit zijn roede.
Brrr, blijf niet lang, kwaadaardig heer.
Verdwijn vlug naar het Noorden weer.
(Wanneer hij weer in de kring is, komt de vrolijke oostenwind de ronde doen)
De Oostenwind, de Oostenwind,
dat is een vrolijk zwerverskind.
Hij komt van verre, verre landen,
naar onze lage, vlakke stranden~
Dan blaast hij 't duinzand in de zee.
Hij draagt de geur van bloemen mee.
Maar's winters brengt hij kou in ‘t land. Strooit sneeuw uit met een gulle hand.
(Wanneer hij weer in de kring terug is, komt de chagrijnige westenwind)

Westenwind is hier gekomen
over diepe, blauwe zee.
En met duizend donk're wolken,
nam hij alle droppels mee,
die hij reeds had opgezwolgen.
Daarom brengt hij slierten regen.
Huil'rig weer en modderwegen. ­
Kwaadaardig wordt hij pas, Owee !
Als hij storm blaast over zee.
(Wanneer hij weer in de kring is, komt
de luie zuidenwind aan de beurt)
De Zuidenwind had een lange tocht.
De ganse woestijn is hij doorgesjokt.
Dat maakte hem bar warm en zwoel.
Nu ligt hij ginder bij de poel
amechtig neer. Nog lui en moe,
waait hij zichzelf wat koelte toe.
En komt hij eens bij ons hier aan,
vindt hij, dat hij het flink heeft gedaan.
(Wanneer hij terug is in de kring, kan
het spel eindigen met een herhaling van het eerste vers, waarop de hele kring zich beweegt).

Uit: Spel en gebaar, Hermien Ijzerman.

4. Koperbaloefening.
Bron: De extra les Audrey McAllan p. 142
Een aangepaste variatie voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand.

5. Lemniscaat/ rechte lijn tekenen - een aaneenlopende, harmonische ritmische teken-oefening.Deze oefening ondersteund en versterkt focusvermogen, evenwicht, ruimtelijke oriëntatie proprioceptie (opname van informatie betreffende plaatsing van lichaam, beweging enz. door zintuigopnamen)
Bron: De Extra les, Audrey McAllan p. 167

Aanpassing voor het kind met een ontwikkelingsachterstand - de leidster/leerkracht staat achter het kind en stuurt de beweging. Zonder hulp kan het kind het niet. Een bewegingstroom ontstaat op deze wijze en het kind kan er in meegaan. Bouw alles heel langzaam op. Nadat de oefening een tijd herhaaldelijk gedaan is, kan de begeleider voorzichtig aan proberen om het kind tussendoor effens los te laten. Doe het op een wijze dat het kind niet de "stroom" alleen moeten handhaven als hij dat nog niet kan.
Na de eerste deel van de oefening de duimendraaioefening doen. Dan de papier 180 graden draaien; daarna weer de duimendraaioefening.










6. Afsluiten met spreuk.

1x stil, 1x sprekend, 1x stil.


Additionele mogelijke oefeningen: Oefening voor het hele lichaam, p. 126, staafrollen, p. 158 (liedje Skye Boatsong/Schuitje varen) Zie ook de "duimendraaioefening", p. 169
De extra les -Audrey McAllan

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen