vrijdag 18 september 2009

schilderoefening - rood/blauw

Blauw-rood oefenreeks

Beginnen met spreuk:

Aan de hemel spreidt zich de regenboog zo blij
Hier op aarde geeft hij de kleuren aan mij.

Geel jij brengt licht en jij glanst
Jij schittert, jij straalt en jij danst.

Blauw biedt omhulling en koele schaduwen,
Wijkt dan weer terug, stil een bescheiden.

Rood is koninklijk en vol moed
Brengt aan ons zijn warme gloed.

Mijn papier licht te wachten
op de schenkende krachten
van de kleurige stralenkrans
met haar lichtende glans.

Blauw & Rood Schildering als zielenoefening
gebaseerd op aanwijzingen van Liane Collot d'Herbois en Audrey McAllan

Een indicatie om deze schilderoefening te gaan gebruiken is, dat een leraar het gevoel kan hebben dat de kinderen waarmee hij werkt ‘substantie’ voor de ziel nodig hebben – bijvoorbeeld voor nieuwe leerlingen in de vrijeschool, overgestapt vanuit het andere onderwijs; wanneer er in de klas een sterke tendens is tot materialistisch denken; wanneer er de noodzaak is creatieve krachten te versterken.
De kleuren Blauw en Rood geven de ziel (het astraallichaam) substantie. Ze zijn de archetypische kleuren voor de objectieve polaire krachten van antipathie en sympathie. Het gebruik van blauw en rood activeert de werkzaamheid van de ziel in de ogen, de zogenaamde oog-kleur-voorkeur. Deze serie schilderingen werkt met het principe van de oog-kleur-voorkeur (zie Audrey McAllan: De Extra Les). De serie “schudt” het astraallichaam op.
Ter vergelijking zou men hierbij kunnen denken aan het effect dat het heeft wanneer men met een rechtshandig kind de linkshandige versie van de 'Rechthoekige-driehoek-oefening' (zie ook: De Extra Les) doet. Ook kan men denken aan de pedagogische euritmieoefening IAO, die tegen het einde steeds sneller moet worden uitgevoerd en daarna weer rustig.

In iedere sessie maken de kinderen 2 schilderingen, de ene onmiddellijk na de andere. Wanneer men met een groep werkt is het raadzaam om een extra set schilderplanken te hebben, of genoeg ruimte op de vloer om de eerste schilderingen te kunnen neerleggen en laten drogen.
De leraar kan bij de instructie de oefening op het bord voortekenen met krijt, vooral de richting.
De leraar kan met schilderen beginnen meteen na de ochtendspreuk. Bij een goede organisatie lukt het de kinderen om binnen 20 minuten klaar te zijn. De zogenaamde “verloren tijd” van de periode wordt terug verdiend, doordat de kinderen na deze oefeningen meestal goed aan het werk gaan.

eerste sessie (a)
1. Met lange penseelstreken van links naar rechts wordt het eerste vel papier langzaam blauw geschilderd. (Het liefst Kobaltblauw, anders Ultramarijn. (BESLIST GEEN Pruisisch blauw) Leg de schildering weg om te drogen.
2. Prepareer onmiddellijk daarna een tweede vel papier en beschilder dit met Karmijnrood, met dezelfde techniek.

tweede sessie (b)
1. Met lange penseelstreken van links naar rechts wordt het eerste vel papier langzaam rood en blauw geschilderd. De bovenste helft rood, de onderste helft blauw. Zorg dat de verf niet wordt gemengd. Leg de schildering weg om te drogen.
2. Prepareer een tweede vel papier en schilder dit blauw en rood, de bovenste helft blauw en de onderste helft rood. Dit is het correcte patroon volgens de oog-kleur-voorkeur.

derde sessie (c)
1. Met lange penseelstreken wordt het eerste vel papier langzaam rood en blauw geschilderd. Eerst de linkerhelft tot het midden rood, dan vanaf het midden tot rechts blauw. Jonge kinderen mogen eerst een middellijn aangeven als steun voor de ruimteverdeling. Zorg dat de verf niet wordt gemengd. Leg de schildering weg om te drogen.
2. Prepareer een tweede vel papier en schilder dit blauw en rood, eerst de linkerhelft tot het midden blauw, dan vanaf het midden tot rechts rood. Dit is het correcte patroon volgens de oog-kleur-voorkeur.

vierde sessie (d)
1. Schilder met blauw een cirkelvormige bol in het midden van het papier. Schilder hier omheen Karmijnrood.
2. Op het tweede papier komt een Karmijnrode cirkelvormige bol waarom heen het Kobaltblauw of Ultramarijn.

vijfde sessie (e)
1. Met lange penseelstreken wordt het eerste vel papier langzaam rood en blauw geschilderd. Van links naar rechts wordt met Karmijn begonnen. Iedere volgende streek wordt iets korter zodat rood de linker bovenhelft van het papier bedekt. Er ontstaat een diagonaal. Jonge kinderen mogen eerst de diagonaal aangeven als steun voor de ruimteverdeling. De andere helft wordt van de diagonaal in horizontale streken naar rechts blauw geschilderd. Leg de schildering weg om te drogen.
2. Prepareer een tweede vel papier en schilder dit blauw en rood, de linkerbovenhoek tot de diagonaal blauw, dan vanaf de diagonaal in horizontale streken naar rechts rood. Dit is het correcte patroon volgens de oog-kleur-voorkeur.


aanbevolen optie: een zesde sessie
1. Viridiaangroen (Stockmar: Blaugrün) en magenta (Stockmar: Rotviolet. Winsor & Newton: Quinacridone Magenta is veel mooier) schildering (zie De Extra Les) Eén schildering met rustige streken van links naar rechts veridiangroen. Dit totdat ¾ van het blad beschilderd is. Daarna de onderste helft met magenta om een balans te creëren tegen het vele groen. Deze schilderoefening helpt de Ik-organisatie de zintuigen beter te doordringen.


















Bron:
http://vo-extrales.blogspot.com/2009/05/oog-kleur-voorkeur-blauw-rood.html
http://vo-extrales.blogspot.com/2009/02/sleep-hoofdstuk-8.html
Volgende reeks oefeningen:
http://vo-extrales.blogspot.com/search/label/schilderoefening

Afsluiten:
Op mijn papier spreidt zich nu de regenboog zo blij
Hij gaf zijn kleuren aan mij.

Geel bracht licht en glans,
Hij schittert, hij straalt, hij danst!

Blauw bracht omhulling en schaduw,
Hij wijkt terug, stil en bescheiden.

Rood zo koninklijk en vol moed
Bracht zijn warme gloed.

Mijn papier licht te drogen
Met schenkende krachten,
Met kleurige stralenkrans,
Met lichtende glans.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen